Reflexintegratie

 

DSC_0419Reflexintegratie, wat is dat?

Een baby wordt geboren met een aantal primaire reflexen. Dat zijn reflexen die in de baarmoeder vaak al aanwezig zijn. Als je zelf kinderen hebt, heb je dat vast ooit wel eens gezien. Je kriebelt een baby over zijn wang en hij begint te zoeken naar voeding. Of je kriebelt ‘m in zijn hand en hij grijpt je hand vast. Schrikt hij ergens van? Dan vliegen zijn armen en benen de lucht in, kijkt hij je aan met grote ogen en begint hij desnoods te huilen.

Dat zijn primaire reflexen. Je kunt het vergelijken met een nieuwe computer. Deze heeft een aantal programma’s die al geïnstalleerd zijn. Bij mensen is dat precies zo: de reflexen zitten er al in geprogrammeerd bij de geboorte. Handig hè?

Het doel? Simpel. Overleven. Er nadert een prikkel en je hersenstam schiet in de reflex zodat de spieren en ledematen van een baby meteen doen wat nodig is om te overleven.

Oké, en dan? Vraag je je misschien af.

Wat nou als je lichaam nog steeds op standje reflex staat? Er nadert een prikkel en bam, je lichaam reageert zoals die baby zou reageren. Je krijgt een prikkel in je voet en je voet schiet in de Babinski reflex (de tenen krullen omhoog) waardoor je scheef gaat lopen of je evenwicht verliest. Je neemt een pen (prikkel) in je hand en huppa, je hand grijpt automatisch. Ja, dat wordt knap lastig schrijven als je je pen zo krampachtig vast gaat houden. En zo zijn er tig reflexpatronen.

Wellicht denk je.. Die kun je toch gewoon beheersen?

Maar dat kun je dus niet! Die programmaatjes, die reflexen zitten in je hersenstam. En je hersenstam zorgt voor de onbewuste processen. Het is gewoon een automatische reactie, daar kun je weinig aan voorkomen. Dus die prikkel komt er gewoon en als je reflex nog niet geïntegreerd is (oftewel: zoals het hoort), dan komt die reactie van je lichaam gewoon. Of je het nou wilt of niet! Dus kinderen die in de klas in de ATNRreflex schieten.. je kunt ze constant corrigeren, maar aan sommige dingen kunnen ze nou eenmaal gewoon niks doen!

Wat doe ik daar nou aan? Ik help het lichaam een balans te vinden tussen de reflexpatronen (spanning) en de tegengestelde patronen (ontspanning).  Een simpele methode die heel doeltreffend is. Het zijn de stukjes die je ‘normaal’ gezien in je motorische ontwikkeling maakt. Maar deze ontwikkeling kan door van alles worden gedwarsboomd. Als 1 reflexpatroon zich niet goed kan ontwikkelen, kan een daaropvolgende reflexpatroon dat ook weer niet. Waardoor je bijvoorbeeld moeilijk tot kruipen komt.

Je hersens kunnen ook weer terug naar de basis schieten (handelen vanuit de hersenstam) als er een stressvolle situatie plaats vindt. En daar kun je zelf niet altijd uitkomen, soms heb je daar wat hulp door nodig. Cognitief kun je het dan allemaal prima beredeneren, maar je lichaam weer onder controle krijgen is een ander ding. Reflexintegratie kan dan een oplossing zijn.

Kinderen leren vanaf het begin van hun leven vanuit beweging. Door te bewegen leer je de wereld om je heen kennen. Je leert je lichamelijk/motorisch ontwikkelen, maar je leert ook je visuele en auditieve systeem ontwikkelen.  Door te bewegen en te oefenen ontwikkel je je ruimtelijk inzicht, leer je je hersens samenwerken met je zintuigen.  Daarom is buitenspelen en gewoon spelen ook zó ontzettend belangrijk. Helaas worden deze activiteiten teveel onderschat. Men wil dat kinderen steeds vroeger naar school gaan, stil zitten, in het 2  Dimensionale vlak werken. Terwijl er voor een kind niets onnatuurlijker is dan dat. Hoe kun je je hersens en zintuigen laten samenwerken als je voornamelijk op het 2D vlak bezig bent?

 

Wellicht herken je dit wel bij je kind of bij jezelf

– Het kind zit op één of beide benen.
– Tijdens het schrijven ligt het hoofd van het kind bijna op de tafel.
– Het hoofd wordt ondersteund met de niet schrijvende hand.
– Het handschrift buigt naar beneden of boven aan het einde van de zin.
– Tijdens het overschrijven worden er herhaaldelijk fouten gemaakt.
– Het kind gebruikt de vinger of een liniaal tijdens het lezen of overschrijven.
– Het overschrijven van het bord of uit een boek gaat erg langzaam.
– Het kind heeft een verkrampte of onvolwassen pengreep.
– Het kind kind ‘hangt’ altijd in de stoel met het hoofd achterover en de benen uitgestrekt.
– Het niet kunnen stilzitten of niet kunnen stoppen met praten of geluiden maken.
– Schrikken van harde geluiden.
– Bij het fietsen draait het stuur bij omkijken mee.
– Het kind plast boven de leeftijd van 5 jaar nog regelmatig in bed of in de broek.
– Lezen gaat langzaam.
– Het kind is ‘onhandig’, gooit bv. vaak drinken om.
– Het kind steekt zijn tong uit als hij aan het schrijven is.

Ik werk met de methode MNRI. Masgutova Neurosensomotorische Reflex Integratie en sta geregistreerd als MNRI behandelaar. Zie ook www.masgutovamethod.com of www.masgutovamethode.nl

masgutova-logo_2