Wat is reflexintegratie?

Een reflex is een automatische motorische reactie op een sensorische prikkel van buitenaf. Al in de baarmoeder ontwikkelt een kind zich razendsnel. Het groeit en beweegt en gebruikt daar zijn reflexen bij. Deze reflexen zorgen voor bescherming van het lichaam, maar ook voor motorische- en mentale groei.  Zodra een baby ter wereld komt zijn de reflexen volop aanwezig. De eerste ademteug die een baby neemt bijvoorbeeld, wordt getriggerd door een reflex.

Zo kun je bijvoorbeeld ook heel goed zien dat een pasgeborene begint te zoeken naar voedsel en begint te zuigen als hij in zijn hand gestimuleerd wordt (Babkin-reflex). Alle bewegingen, die een baby maakt gaan nog reflexmatig. De reactie op een stimulus van buitenaf staat als het ware op de harde schijf van de baby. Dat is maar goed ook, want een baby kan nog niet logisch nadenken. Hoe ouder de baby wordt, hoe meer de reflexen hem zullen helpen om zich motorisch- en mentaal te ontwikkelen. Zo zorgen de reflexen ervoor dat een baby zich onder andere op kan gaan richten, zelfstandig kan gaan zitten, zich kan omrollen, maar ook gaat kruipen. En tijdens al die motorische vaardigheden ontwikkelt hij zijn ruimtelijk besef, zijn tastzin, zicht, gehoor en zoveel meer.

De basis is gelegd met reflexmatige patronen

De basis begint dus bij reflexmatige patronen. Dit groeit door tot het kind dat vanaf 4 jaar naar school mag. Op school ontwikkelt een kind zich natuurlijk verder, maar de basis is in de eerste jaren van zijn leven al gelegd. En daar borduurt zijn ontwikkeling zich op voort. Je zou het als laboratorium met flesjes kunnen zien. De reflexen staan onderaan het rek met flesjes en bovenaan staan alle vaardigheden die het kind ontwikkelt door de jaren heen: evenwicht, motorische fases waar hij doorheen gaat, het ontwikkelen van de zintuigen (gehoor, reuk, smaak, tastzin, zicht), motoriek, de visuele- en auditieve vaardigheden en bovenaan staat dan het flesje: klaar voor school.

Hoe meer de flesjes onderin gevuld worden, hoe meer de flesjes daarboven ook gevuld worden. Hoe meer een kind zich vanaf de geboorte ontwikkelt, des te beter hij de vaardigheden voor school ook ontwikkelt.

Reflexintegratie bij Buro Lein

Met reflexintegratie werk ik procesgericht. Ik kijk naar wat het kind (of de volwassene) nodig heeft om de flesjes, die niet goed gevuld zijn, te laten vullen. We kijken naar wat een kind nodig heeft om mee te komen op school of in zijn dagelijkse welzijn. En zien dát als het startpunt om verder te groeien.

Reflexintegratie is goed in te zetten bij veel uitdagingen, onder andere:

  • Leerproblemen en concentratieproblemen;
  • Moeite met schrijven, lezen of spelling;
  • Rekenproblemen;
  • Motorische onhandigheid of motorische achterstand, problemen bij zwemmen;
  • Dyslexie, dyscalculie, AD(H)D en autisme;
  • Gedragsproblematiek;
  • Angsten, burn-out en overspannenheidsklachten;
  • Depressieve klachten;
  • Bedplassen en /of problemen bij ontlasting.

Wat is reflexintegratie? Een methode, die teruggaat tot de essentie. Hierdoor kan het voor heel wat problemen een oplossing zijn. Nieuwsgierig naar wat het voor jou kan doen?Neem gerust contact met me op voor een vrijblijvend gesprek!

Herkenningspunten voor kinderen én volwassenen

  • Het kind zit op één of beide benen;
  • Tijdens het schrijven ligt het hoofd van het kind bijna op de tafel;
  • Het hoofd wordt ondersteund met de niet schrijvende hand;
  • Jouw handschrift – of dat van je kind – buigt naar beneden of boven aan het einde van de zin;
  • Tijdens het overschrijven worden er herhaaldelijk fouten gemaakt;
  • Het kind gebruikt de vinger of een liniaal tijdens het lezen of overschrijven;
  • Overschrijven van het bord of uit een boek gaat erg langzaam;
  • Er is sprake van een verkrampte of onvolwassen pengreep;
  • Het kind kind ‘hangt’ altijd in de stoel met het hoofd achterover en de benen uitgestrekt;
  • Niet kunnen stilzitten of niet kunnen stoppen met praten of geluiden maken;
  • Schrikken van harde geluiden;
  • Bij het fietsen draait het stuur bij omkijken mee;
  • Het kind plast boven de leeftijd van 5 jaar nog regelmatig in bed of in de broek;
  • Lezen gaat langzaam;
  • Het kind is ‘onhandig’, gooit bv. vaak drinken om;
  • Steekt zijn tong uit als hij aan het schrijven is.