Hoe jij je kind effectief kunt helpen bij een woede-aanval

Boze buien, schelden, vloeken, weglopen, dingen stukmaken, bevriezen, anderen pijn doen. Herken je ze? Als ouder of leerkracht is het soms moeilijk te bedenken hoe je het beste kunt handelen. Ik geef je tips!

Maar om goed uit te kunnen leggen hoe je het beste kunt handelen, is het handig om te weten wat er gebeurt in het lichaam van je kind. Vechten, vluchten of bevriezen: het zijn signalen van een te hoog stresslevel. Bij teveel stress schiet ons lichaam in een primaire reactie: vechten, vluchten of bevriezen. Logisch nadenken lukt dan niet meer. Elk mens heeft het, elk mens doet het.

Het stadium waarin je ontploft, bevriest of gaat vluchten noemen we ook wel code rood: de alarmfase van je brein. Naast een code rood bestaat er ook een code oranje (je al niet lekker voelen) en een code groen (je lekker en rustig voelen).

Bij een gevoel van veiligheid (code groen) zie je eigenlijk niet zoveel bijzonders aan je kind. Hij voelt zich goed, kan goed functioneren, concentreren. Je kunt ook goed met hem het gesprek aangaan.

Code oranje is alweer een fase verder. Je kind is alert, zijn hersenen denken dat het niet veilig is. Daarom gaat hij sneller ademen, zijn hart gaat sneller kloppen, zijn zintuigen worden gevoeliger (waarmee je ruikt, hoort, ziet , voelt en proeft) en zijn spieren raken meer gespannen. zijn lichaam wordt klaargemaakt voor actie. Maar er is nog wel tot je door te dringen en met je te praten.

Dan code rood. Je hersenen roepen dat er gevaar is, je lichaam maakt zich klaar voor actie en gaat vechten, vluchten of bevriezen. Logisch nadenken lukt niet meer.

En dan zien we daar de kinderen met boze buien, ruzie op school, die zich terugtrekken of vluchten. We zien overprikkelde kinderen. Een kind dat overduidelijk helemaal niet lekker in zijn vel zit en dit thuis en/of op school laat zien.

Een kind wat boos gedrag laat zien:

  • Een boze gezichtsuitdrukking en lichaamstaal (vuisten, stampvoeten, gespannen)
  • Schelden, vloeken, schreeuwen (primaire reactie: vechten)
  • Schoppen, slaan tegen iets of iemand (vechten)
  • Weglopen (primaire reactie: vluchten)
  • Nauwelijks reageren op wat je zegt (kan niet nadenken)
  • Dingen stukmaken (vechten)
  • Anderen pijn doen (vechten)
  • Niets doen of niet kunnen reageren (primaire reactie: bevriezen)
  • Niet kunnen concentreren

Een kind wat angstig gedrag laat zien:

  • Een angstige gezichtsuitdrukking en lichaamstaal (ineengedoken, paniek in de ogen)
  • Een kind wat niets doet of niet reageert (bevriezen)
  • Gillen, huilen (vechten)
  • Wegrennen (vluchten)
  • Schoppen en slaan

Wat helpt NIET als je kind in code rood zit?

  • Een opdracht geven
  • Straffen
  • Negeren
  • Terecht wijzen
  • Hard praten, schreeuwen
  • Oplossen van situatie
  • Het voorval willen bespreken
  • Op het kind inpraten
  • Angst bagatelliseren, zeggen dat het niet zo erg is
  • Sommeren om rustig te doen, flinker te zijn
  • Tegenhouden als het weg wil

Wat werkt WEL als je kind in code rood zit?

Allereerst weten dat een kind het niet expres doet. We hebben allemaal een overlevingsreactie en als je in je overlevingsreactie zit kun je niet logisch nadenken. Evolutionair gezien is dat heel handig, want als er vroeger een moordlustig dier op je afkwam is het maar goed dat je hersenen snel kunnen schakelen om te zorgen dat je overleeft: vechten, vluchten of bevriezen.

Daarnaast kun je het beste op een moment als dit:

  • Zelf rustig blijven en rustig en zacht praten. Daarmee kalmeer je niet alleen de situatie maar ook het overlevingsbrein wat ervoor zorgt dat jouw kind gaat vechten, vluchten of bevriezen
  • Je kind kalmeren door actief te luisteren:
    1) herhalen wat je kind zegt
    2) Benoemen wat je ziet dat het kind voelt ‘Ik zie dat je erg boos bent’.
    En 3) vragen of je het goed begrepen hebt. ‘Klopt dat?’
  • Even met rust laten en/of het kind zelf even de gelegenheid geven om een rustige plek op te zoeken.
  • Je kind even laten bewegen. Het zorgt ervoor dat je kind de energie die ontstaan is door zijn boosheid los kan laten.

Pas als het kind rustig is kun je een afspraak maken of praten over wat er nou echt gebeurd is. Als je in overleving staat, kun je namelijk niet logisch nadenken. Dus begin er ook niet aan. Het brengt je als ouder en als kind vooral een hoop frustratie. Een kwartiertje tot half uurtje (en soms zelfs langer) wachten gaat je veel meer opleveren dan het incident direct willen bespreken.

Heeft jouw kind veel last van boze buien, vluchten of bevriezen? Met reflexintegratie kunnen we weer veiligheid creëren voor jouw kind zodat hij/zij minder snel last heeft van vechten, vluchten of bevriezen. Ik help jullie hier graag bij. Hier kun je terecht voor mijn contactgegevens

Grenzen leren aanvoelen: de opvangreflex

Grenzen aangeven en nee zeggen. Die vervelende klasgenoot die steeds over je grens gaat of de schoonmoeder waar je moeilijk nee tegen kunt verkopen. Iedereen maakt het wel eens mee, iemand passeert jouw grenzen. Jezelf hiertegen verweren is soms best lastig. Maar voor veel mensen is het één van de moeilijkste dingen om te doen.

Misschien ken je het wel: je zit in de trein en iemand komt dicht naast jou zitten. Onmiddellijk voelt dit niet goed, het liefst zou je opschuiven als het kon, maar helaas is er geen ruimte in de trein. Dat is jouw gevoelsmatige grens.

De opvangreflex: grenzen leren voelen

Of je nou kind bent of volwassen, grenzen leren aangeven begint bij grenzen leren aanvoelen. Die grens leren aanvoelen leer je als kind al. Het is een onzichtbare grens, een grens die je alleen kunt voelen. Dat maakt het vaak zo lastig om kenbaar te maken. Als je nou letterlijk een streep kon trekken tussen jou en de persoon waarmee je in conflict bent, dan kan hij/zij letterlijk zien waar jouw grens is. Helaas gaat dit vaak niet en is het daarom des te lastiger aan te geven wanneer jij het niet meer trekt.

De opvangreflex, Hands Supporting reflex in het Engels, speelt een rol in het ontwikkelen van jouw gevoelsmatige grenzen. De reflex bevindt zich in jouw handen, hij zorgt ervoor dat je je letterlijk en figuurlijk op kan vangen als je valt. Steek je handen maar eens uit naar voren alsof je hard ‘HO!’ zegt. Je beweegt je armen waarschijnlijk al in een voorwaartse of zijwaartse beweging naar de buitenwereld toe. Hier is jouw grens, ho stop. Hier mag niemand overheen. Het gaat als vanzelf. Het gaat reflexmatig. Deze reflex heeft alles te maken met veiligheid. Jezelf kunnen aanvoelen en opvangen wanneer dat nodig is.

Een niet goed geïntegreerde opvangreflex kan zorgen voor de volgende symptomen:
– Niet goed je grenzen aanvoelen: mensen teveel over je heen laten lopen of zelf te hard over iemand heen lopen.
– Pestgedrag (zowel bij de pester als gepeste)
– Slecht afstand kunnen houden, letterlijk en figuurlijk
– Moeite met nee zeggen
– Agressief gedrag
– overspannen raken door vervaagde grenzen: wanneer ga je te ver?

Maar een niet goed geïntegreerde opvangreflex is ook zichtbaar bij:
– Onhandigheid
– Slechte fijne motoriek
– Vaak en pijnlijk vallen, jezelf letterlijk niet goed opvangen

Bij reflexintegratie leer je voelen waar jouw grenzen liggen. Letterlijk en daarna ook figuurlijk. Want als je weet waar jouw grens ligt, dan kun je ook voelen waar de grens ligt van een ander. Het lijkt heel logisch. En dat is het ook!

Herken jij jezelf of jouw kind? Neem dan contact met me op voor meer informatie! Klik hier voor mijn contactgegevens.

Reflexintegratie Ommen