Hyperalert door een niet goed geintegreerde Mororeflex?

Erg gevoelig voor geluid, gevoelig voor aanraking, een constante alerte toestand, snel afgeleid, piekeren.. het zijn best veel voorkomende symptomen waar je erg last van kunt ondervinden. Niet zelden wordt bij kinderen met deze symptomen een vermoeden van een AD(H)D uitgesproken: voor de buitenwereld lijken ze erg druk in het hoofd en ook een tikkie chaotisch. Maar is dit per definitie zo? Stress kan een grote factor spelen in de oorzaak van deze symptomen.

Mororeflex

De Mororeflex is een primaire reflex vernoemd naar de Duitse kinderarts Ernst Moro. De Mororeflex heeft de functie van een schrikreflex: als er gevaar dreigt, zorgt een actieve Moro voor het klaarmaken van het lichaam, namelijk vechten, vluchten of bevriezen. Jouw lichaam zorgt er altijd voor dat je jezelf kunt beschermen. De Mororeflex is al zichtbaar in de baarmoeder, zo rond de 9 weken zwangerschap.

Bij een baby is de Mororeflex nog goed te zien: als hij schrikt schieten zijn armen en benen uit elkaar. Hij schrikt als het ware met zijn hele lijf. Vervolgens worden de armen voor de borst gebracht en neemt hij zijn benen mee in een bolletje. Als reactie gaat de baby vaak hard huilen.

De oorspronkelijke functie van de Moro-reflex zou af te lezen kunnen zijn aan het gedrag van apen: een klein aapje klampt zich vast aan mama als er gevaar is. Ofwel: een baby schrikt, slaat armen en benen uit (= ‘Waar is mama?’) en als de handjes (en voetjes, bij apen) mama’s vacht voelen, klampt hij of zij zich vast.

Er zijn theorieën die stellen, dat de ‘openende’ beweging van de Moro-reflex de baby helpt met de eerste ademhaling – en dat de baby onder invloed van deze reflex al in de baarmoeder de verschillende spieren getraind heeft.

Rond de 4 maanden hoor je een actieve Mororeflex niet meer zo goed te zien, hij integreert in een ‘volwassen’ schrikreactie: het lichaam wordt nog steeds klaar gemaakt voor actie, maar het hele lichaam schrikt niet meer mee.

Actieve Mororeflex

De Mororeflex heeft een functie: hij beschermt en zorgt dat het kind klaar is om te vechten, vluchten of bevriezen. Voor even heeft dat veel effect, het brengt je namelijk in veiligheid.  Je sympathisch zenuwstelsel wordt in gang gezet en zorgt dat je optimaal kunt functioneren tijdens stressmomenten. Echter, dit moet niet te lang duren omdat stress je lichaam op den duur uitput. Als de stress voorbij is neemt je parasympatisch zenuwstelsel het weer over en zorgt dat je lichaam in rust komt en dat het tijd heeft om te herstellen. Dit gebeurt tijdens je slaap.

In stressvolle tijden worden niet goed geïntegreerde reflexen vaak actief en kan een niet goed geïntegreerde Mororeflex dan ook weer zichtbaar worden. Soms kun je het zelfs zien. Ouders in de praktijk beschrijven het wel eens als: ‘mijn kind schrikt met zijn hele lichaam’.

Symptomen van een actieve Mororeflex kunnen zijn:

  • Hyperalert of heel gevoelig voor geluiden en licht
  • Schrikachtig zijn
  • Last van angsten
  • Piekeren
  • Erge verlegenheid
  • Verzwakt immuunsysteem
  • Last van allergieën en/of auto-immuunziekten
  • Slechte lichamelijke balans en soms een houterige motoriek
  • Soms uitgeputte bijnieren na langdurige stress
  • Gebrek aan (zelf)vertrouwen
  • Slecht gevoel over jezelf
  • Keel, neus en oorklachten (KNO)
  • Problemen met de luchtwegen
  • Ontregelde suikerhuishouding: sterkte behoefte aan suiker of suikerhoudende producten
  • Slechte concentratie, moeite met afmaken van taken, lees- en leerproblemen
  • Moeite met ontspannen, soms problemen hebben met doorslapen
  • Woede-uitbarstingen of huilbuien
  • Moeite hebben met verandering

Het kan zijn dat de situatie waarin je zit stressvol is, waardoor je lichaam constant het seintje geeft dat het zichzelf klaar moet maken voor actie. Dit kan gebeuren als je een toets moet maken, maar ook als het thuis niet zo lekker gaat. Je lichaam krijgt het seintje dat het zichzelf moet beschermen en doet dit dan ook.

Oorzaken nog actieve Mororeflex

De reden waarom jouw lichaam nog een actieve Mororeflex heeft is niet altijd even duidelijk. Vaak kan een stressvolle zwangerschap/bevalling een oorzaak zijn. Een ingreep tijdens de bevalling of een keizersnede zijn stressvolle gebeurtenissen voor het kind. Ook kan het zijn dat het kind de eerste jaren in een stressvolle situatie is opgegroeid. Dit kan een stressvolle thuissituatie zijn, maar het kan ook zijn dat een kind last had van een lichamelijke blokkade (vastzitten van een lichaamsdeel) door een heftige bevalling. Voor dat laatste is het altijd aan te raden om je kind te laten checken bij een osteopaat. Hij/zij kan kijken of er geen blokkades in het lichaam zijn door de bevalling. Ook kan het zijn dat je kind overgevoelig was voor bepaalde voeding.

Op latere leeftijd kan de Mororeflex ook weer actief worden naar een heftige gebeurtenis. Denk bijvoorbeeld aan een ongeluk of traumatische gebeurtenis. Of langdurige stress door een heftige situatie.

Ervaring

In mijn praktijk komen veel kinderen en volwassenen met stress- en burn-outklachten. Het integreren van de Mororeflex speelt vrijwel altijd een rol om tot een betere ontspanning te komen. Niet alleen zet ik deze reflex in voor stressklachten, ook zet ik deze reflex in voor leer- en concentratieproblemen. Heel vaak komen hier goede resultaten uit voort: mensen voelen zich weer lekkerder in hun lichaam, voelen het weer beter aan en kunnen daardoor ook weer beter functioneren op school, werk en in het dagelijks leven.

Heb jij een vermoeden van een nog actieve Mororeflex bij jouw kind of bij jezelf? Met reflexintegratie kun je een heel stuk rust en ontspanning brengen in je lijf en hoofd. Met reflexintegratie hoef je niet te praten. Het mag natuurlijk wel, maar het is geen noodzaak om je beter te gaan voelen. Meer weten? Neem contact met mij op, klik hier

Reflexintegratie Ommen – Buro Lein

 

Hoe jouw dominante oog jouw leerstijl kan bepalen!

We weten allemaal dat we een voorkeur hebben voor een schrijfhand. De meeste mensen zijn rechts, maar ongeveer 10 procent van de mensen schrijft het liefste met links. Vaak is dit in de kleuterklas al duidelijk: 1 hand is dominant, daar schrijf je mee. De andere hand krijgt de functie van ‘helper’: hij helpt mee, maar schrijven met je andere hand gaat toch beduidend slechter.

Jouw leerpatroon

Naast dat je een dominante schrijfhand hebt, heb je ook een dominant oog. En niet alleen dat, ook in je oren is er een dominant oor en ook heb je een dominante voet. Dominant betekent dat je met je dominante hand het meeste doet, je met je dominante oog het meeste ziet, met je dominante oor het meeste hoort en je dominante voet vaak de eerste stap zet.

Naast de dominantie van de ledematen heb je ook nog een dominante hersenhelft. Sommige mensen zijn het meeste visueel aangelegd en hebben een dominantere rechter hersenhelft. Andere mensen zijn meer talig ingesteld en hebben een dominante linkerhersenhelft.

Hoe dat bij jou verdeeld is, bepaalt veelal jouw leerstijl. Ben je rechtsbreinig (rechterhersenhelft), dan leer je het beste door iets te zien. Denk bijvoorbeeld aan video’s of visuele instructies. Ben je linksbreinig, dan leer je het beste door te horen.

Westerse maatschappij: van links naar rechts

In onze westerse maatschappij leren wij van links naar rechts. Lees maar eens deze tekst, je begint linksbovenin en eindigt als het goed is rechtsonderin. Zou je het andersom lezen, dan komt er namelijk een hele andere tekst uit.

Mensen die rechtshandig en/of rechtsogig zijn hebben meestal geluk: zij hebben een automatische denk- en werkrichting van links naar rechts.

Mensen die linkshandig en/of linksogig zijn hebben een automatische denk- en werkrichting van rechts naar links. Dat betekent dat zij als het ware de neiging hebben om de andere kant op te lezen en te denken.
Kinderen die nog niet goed doorhebben hoe het in onze westerse maatschappij werkt hebben de neiging om dingen om te draaien. Zo wordt een b een d, lees het maar eens de andere kant op. Zo kunnen sommetjes een andere oplossing krijgen en kunnen woorden de andere kant op gelezen worden.

Deze kinderen kunnen best wel een uitdaging hebben aan school, want als je denkt iets goed uitgerekend te hebben wordt het fout gerekend. Faalangst, concentratieproblemen en niemand die begrijpt waar het mis gaat. Inclusief jezelf: je hebt het toch goed uitgerekend?

Denk eens na over een simpel sommetje:

4+5 = 9.

Je kunt dit sommetje van links naar rechts lezen en van rechts naar links. Immers, het maakt niet uit of je 4+5 doet of 5+4. Het antwoord blijft 9. Hier lopen kinderen met een omgekeerde werkrichting vaak nog niet in vast.

Maar kijk dan eens naar een minsommetje:

5-4 = 1, maar 4-5 wordt dan toch echt een ander getal.

Letters spiegelen, woordjes verkeerd lezen, fouten maken met rekenen en spelling, langzaam lezen, instructies verkeerd begrijpen, faalangstig zijn.. het kunnen allemaal symptomen zijn van linksogig en/of linkshandigheid.

Hoe weet je nu of jouw kind een dominant linkeroog heeft?

Als je kind linkshandig is, kun je dat wel vrij snel zien. Maar of je een dominant linkeroog hebt? Dat is toch wel even wat moeilijker te zien.

Het is niet zo moeilijk. Je kunt het als volgt testen:

  1. Strek je armen voor je uit en maak met beide handen een klein kijkgat.
  2. Kijk met beide ogen door het gat. Focus op een klein voorwerp verderop
  3. Knijp 1 van je ogen dicht, blijft het beeld staan of verschuift het?
  4. Blijft het beeld staan, dan is het oog wat open is jouw dominante oog. Daar zie jij het meeste mee.

Ook kun je een kokertje maken van papier en aan jouw kind vragen om eens door het kokertje te kijken naar een punt verderop. Vaak zie je al dat kinderen dan het kokertje naar hun linkeroog brengen. Als je dit een aantal keren over een aantal dagen herhaalt, weet je beter of dit ook daadwerkelijk zo is.

Heb je een vermoeden dat jouw kind hierop vastloopt? Dan is het goed om naar een behandelaar te gaan die verstand heeft van oog- en handdominantie en lateralisatie. Bij Buro Lein kun je terecht voor het vaststellen van de oog-en handdominantie van je kind en kun je goede oefeningen krijgen om jouw kind verder te helpen. Door middel van reflexintegratie en psychomotorische remedial teaching leert jouw kind weer op zichzelf te vertrouwen. Klik hier om contact op te nemen met Buro Lein.

Reflexintegratie Ommen – Psychomotorische Remedial Teaching Ommen

 

 

 

 

De TLR: de Tonische Labyrint Reflex

De TLR, de tonische labyrint reflex. Waar de ATNR en de STNR de vorige keren besproken zijn, is de TLR een reflex die veel te maken heeft met deze reflexen. Ook de TLR heeft een functie bij het beginnen met kruipen. Het zorgt ervoor dat je je hoofd naar boven en beneden kunt bewegen en dat je je rug kunt buigen, hol en bol. Kinderen die niet tot kruipen komen, gaan vaak zich vaak verplaatsen door op hun billen te schuiven. Het missen van volgende motorische mijlpalen is dan bijna onoverkomelijk.

Meer over de ATNR vind je hier: https://www.facebook.com/BuroLeinOmmen/posts/1218199234990769Meerover de STNR vind je hier: https://www.facebook.com/BuroLeinOmmen/posts/1222478951229464

Deze reflex heeft alles te maken met het ontwikkelen van je evenwicht, oriëntatie, zwaartekracht en spierspanning. Elke keer als het hoofd naar voren of naar achteren beweegt, passen de spieren zich in spierspanning aan. Zodat je niet voor- of achterover kukelt als klein kind als je staat. De TLR zorgt voor deze ontwikkeling. Test je een TLR door het hoofd voorzichtig naar voren te laten buigen, dan zie je dit vaak aan de houding. Als het een erg actieve TLR is, kunnen mensen zelfs omvallen naar voren of naar achteren. Maar vrijwel altijd zie je bij een actieve TLR dat er iets wezenlijks veranderd in de spierspanning in de rug.

Is de TLR niet meer actief? Dan zou je je hoofd moeten kunnen buigen zonder echte spierspanningsbeweging te zien in het lijf. Oftewel, je hoofd moet ‘los kunnen koppelen’ van je hoofd.

Bij de TLR zie je 2 bewegingen. De ene beweging is al aanwezig in de baarmoeder. De baby buigt zijn hoofd naar voren en het hele lichaampje vormt zich als een bolletje. De achterwaartse TLR (het hoofd buigt naar achteren) ontwikkelt zich later, vanaf een half jaar ongeveer en kan nog zichtbaar zijn tot een jaar of 3. Toch ook al is de achterwaartse beweging van de TLR zichtbaar bij de geboorte. Als het kind zich door het geboortekanaal frummelt en het hoofd naar achteren gooit, strekt het hele lichaampje zich uit zodat hij makkelijker door het geboortekanaal heen komt. Dat reflexintegratiebehandelaars je dus vragen naar een anamnese van de geboorte is logisch: veel reflexen zijn al actief tijdens de zwangerschap en geboorte en doorlopen zo hun functie. Bij een keizersnede of een stressvolle bevalling of een bevalling met ingrepen (kortom: een bevalling die niet helemaal natuurlijk en stressloos is gegaan) zie je vaker actieve reflexen aanwezig bij een persoon.

De TLR kan je vaak nog actief zijn bij schrijfproblemen. Heel simpel eigenlijk: een kind met een actieve TLR buigt zijn hoofd en de armen en de benen hebben de neiging om mee naar ‘binnen’ te buigen. Controle over je eigen lichaam is best wel handig met schrijven en des te lastiger als je het niet hebt.

Je ziet de TLR ook vaak bij mensen met hoogtevrees of wagenziekte: het buigen van het hoofd (ookal is de beweging minimaal) zorgt ervoor dat je je evenwicht even kwijt bent. Je kan je duizelig voelen of gedesoriënteerd. Diepte inschatten wordt moeilijker en afstand en snelheid inschatten is ook niet altijd even makkelijk.

De TLR wordt ook vaak gezien bij mensen met een diagnose dyslexie. Bij het lezen buig je je hoofd voorover. Is de TLR nog actief, dan verandert er iets in je spierspanning, maar ook in je oogsamenwerking. Kleine woordjes worden moeilijker om te lezen. Diepte en afstand inschatten tussen paragrafen, lijnen en woorden is moeilijker. Lezen kan een ware uitputtingsslag zijn bij deze mensen. Het schrijven op zich is een uitdaging, de letters passen vaak niet tussen de lijntjes of wat je vrij vaak ziet: het handschrift loopt scheef af of wisselt van lettergrootte. Ook is het algemeen moeilijk in te schatten wat boven, onder, links en rechts van je is.
�Goed rechtop aan tafel zitten is dan ook best een uitdaging. Het buigen van het hoofd zorgt voor een verandering in de spierspanning waardoor je voorover gaat hangen. Wat weer invloed heeft op je concentratievermogen: niet voor niks kun je je beter concentreren als je rechtop zit: signalen naar de hersenen worden beter doorgegeven en bovendien is rechtop zitten een seintje voor het brein om alert te worden.

Ruimtelijk inzicht en ruimtelijke coördinatie heeft dus ook alles te maken met de TLR. Het kunnen inschatten waar je bent in de ruimte is een belangrijke factor om je ruimtelijk inzicht vanuit jezelf te ontwikkelen, laat staan dat je het kunt terugplaatsen en visualiseren in bijvoorbeeld rekensituaties.

Een bredere benadering van leer-, lichaams- en gedragsuitdagingen is dus noodzakelijk. Nog actieve reflexen op latere leeftijd kunnen ervoor zorgen dat je niet de controle hebt over je lichaam die nodig is. Cognitief kun je dan heel wat extra begeleiding krijgen, maar dit zal nooit zoveel compenseren als zou moeten.

Een aantal behandelingen reflexintegratie kan echter wel verlichting geven. Het is prachtig om te zien hoe schoolresultaten (bij kinderen), maar ook algemeen welbevinden (kinderen en volwassenen) omhoog gaan zonder überhaupt iets aan onderwijsbegeleiding te doen. Je motorisch ontwikkelen is jezelf ook mentaal ontwikkelen.

Meer weten? www.burolein.nl of stuur een berichtje naar info@burolein.nl

Buitenspelen, juist heel belangrijk!

Wist jij dat buitenspelen goed is tegen leerproblemen?

Door buiten te spelen leer je afstanden inschatten, geluidsbronnen lokaliseren, de ruimte waarnemen, bewegen in de ruimte en de hele wereld in verhoudingen te zien. Dat heb je allemaal nodig bij het leren. Je visuele waarneming wordt niet alleen getraind, maar ook je auditieve (gehoor) waarneming en je tactiele (tast) waarneming. Deze leren op deze manier goed samen te werken.

Door in een driedimensionale wereld te spelen leren je ogen zich in 3 richtingen vlot aan te passen: van links naar rechts (en dus de middenlijn kruisen), van boven naar beneden en van veraf naar dichtbij. En dat zijn dus allemaal vaardigheden die je nodig hebt in je schoolse activiteiten! (Oa lezen, van links naar rechts. Maar ook het bord van veraf en je schrift van dichtbij, belangrijk om daar snel tussen te kunnen schakelen).

Vanaf je geboorte al ben je bezig met het ontwikkelen van al deze vaardigheden. Je wordt geboren en vanuit beweging leer je.

Een baby die in de box ligt, leert grijpen naar een speeltje dat naast hem ligt. Om dit speeltje te pakken, moet hij gaan rollen of grijpen.
Hij moet visueel gaan inschatten hoeveel beweging hij nodig heeft om dat speeltje te kunnen pakken. Met hoeveel kracht moet hij zijn lichaam omrollen? Hoeveel bolling van zijn ooglens is er nodig om het speeltje goed scherp te kunnen zien?

Dat speeltje is over het algemeen niet in 1 keer gepakt, daar zijn heel wat handelingen en oefening van die handelingen voor nodig.
Vaak zie je bij hoogbegaafde kinderen dan weer dat zij deze bewegingen niet genoeg geautomatiseerd hebben. Deze kinderen hebben de neiging om de situatie eerst cognitief te benaderen (hoe kan ik het beste dat speeltje pakken?) voordat zij de handeling ook uit gaan voeren (gewoon grijpen en kijken wanneer je het speeltje te pakken hebt).

In een paar jaar tijd leert een kind enorm veel op dit gebied. Hij leert zijn lichaam gebruiken om zijn doel te bereiken. Deze ontwikkeling stopt niet als je 4 jaar bent en naar school gaat. Ook niet als je 6 jaar bent of 10. Heel je leven leer je deze handelingen steeds meer verfijnen.

Je kunt je afvragen wat er goed aan is om kinderen op een bepaalde leeftijd niet meer buiten te laten spelen. Door de bewegingsvaardigheden te verfijnen, train je namelijk meteen je ‘schoolse’ vaardigheden. Bewegen is voor alle leeftijden, niet alleen voor kleine kinderen. Bewegen is belangrijk. Vanuit beweging leer je de wereld kennen. Dus buitenspelen? Vooral wél doen!

buitenspelen

Wel de tafels, maar waarom lukt rekenen niet?

‘Hoe kan het dat mijn kind wel de tafels op kan noemen, maar dat rekenen verder nauwelijks lukt?’

Je ziet het wel eens. Een kind dat de tafels feilloos op kan noemen, maar moeite heeft met optel- en aftreksommen. Hoe kan dat? De tafels gaan toch goed?

Een kind dat de tafels feilloos op kan noemen, gebruikt zijn geheugen. Als je iets maar blijft herhalen, blijft het wel een keer hangen. Maar weet je kind ook echt wat er met de tafels bedoeld wordt? Dat is altijd even de vraag.

Weet hij wat een getal betekent? Wéét hij wat 7 is? Voelt hij wat 7 is?

Bij het leren gaat een kind door een aantal ontwikkelingsfases heen.
We beginnen met de motorische fase en daarna de motorisch-zintuiglijke fase. Een baby leert de wereld kennen door zich te bewegen, door dingen in de mond te stoppen, door te voelen. Hij gebruikt zijn zintuigen om de wereld te ontdekken.  Aanvankelijk gebeurt dat allemaal bij toeval, maar later leert het ook het verband tussen 2 concreet aanwezige feiten kennen.
(Als ik zand uit de bloembakken haal, dan wordt mama boos op mij).

Fases later ontdekt hij de actie-reactie (perceptueel-motorische fase) en hij gaat ontdekken dat er een geheel is waar veel meer informatie te vinden is dan de som van de losse delen. Van het gat naar het zoeken van de juiste puzzelblok.  In deze fases heeft het de motoriek alleen nodig in de aanleerfases. Eerst even zien en voelen, maar daarna kunnen we het mentaal ook al voorstellen en zien. Dit zie je bij de kleuters. We ontdekken en als we ouder worden kunnen we het ons al beter voorstellen zonder iets te hoeven zien.

Vanaf 6-7 jaar kom je als kind in de perceptueel-conceptuele fase. We zitten in groep  3, gaan leren rekenen en we hebben eerst nog materiaal nodig om te snappen wat er nou eigenlijk gebeurt bij een plussom. Oké,  1+2 =. Maareh, leuk en aardig, wat betekent dat?  We hebben 1 propje en we pakken er 2 bij. Hoeveel propjes hebben we dan? O ja, 3. Dus 1+2 = 3.

Maar let op: pak je in deze fases materiaal te snel weg, dan heb je dus kans dat het kind wel kan leren, maar alleen door het van BUITEN te leren.

Door dus op te dreunen. Hij voelt en ziet dan nog niet goed wat er nou eigenlijk gebeurt met die getallen. Wat houden die getallen eigenlijk in? Het inzicht mist. Het is dus heel belangrijk om niet te snel een fase in de ontwikkeling over te slaan door materialen weg te halen. Dit is namelijk essentieel voor een kind om te begrijpen wat er nou eigenlijk ECHT gebeurt bij die optel- en aftreksom.

Volgens veel leermethodes zou het materiaal al weg mogen in groep 3. Echter, veel kinderen zijn er dan nog niet aan toe. Wat is daarin een goede richtlijn? Kijk naar het kind! Snapt het kind echt wat er gebeurt? Heeft hij inzicht? Dán pas materiaal weghalen.

Pas als je een kind de kans geeft die fase door te komen, gaat hij door de fase heen dat concreet materiaal niet meer nodig is om iets aan te leren.  Hij kan het zich voorstellen in zijn hoofd.

BH rekenen